Favoriete plant van Jasper Helmantel

Tekst: Jasper Helmantel – cruydthoeck

Mijn favoriete plant is zonder twijfel het Sneeuwklokje (Galanthus nivalis). Inderdaad, geen inheemse wilde plant. Mensen die mij niet zo goed kennen denken vaak dat ik alleen maar interesse heb in wilde planten en zeggen verontschuldigend: ‘Sorry Jasper dat we het over tuinplanten hebben’.
Mensen die mij beter kennen weten dat ik een onverbeterlijke plantenfanaat ben. Als er blaadjes en worteltjes aan zitten, ik vind ze allemaal leuk. Misschien is het als tegenhanger van mijn dagelijkse werk met wilde planten dat ik als liefhebberij juist allerlei exoten verzamel.

Zo heb ik een bescheiden collectie Pelargoniums, Begonia’s, Dahlia’s, succulenten, palmen en nog meer niet winterharde kuipplanten. Daarnaast ben ik dol op het kweken van groenten en in de tuin rond ons huis staan vooral borderplanten en geurende rozen, hoe gevulder, hoe liever. Ik val door de mand, want eigenlijk behoor ik ecologisch correct enkelbloemigen te promoten, waar bijen en vlinders mee uit de voeten kunnen. Beschouw dit dan maar als mijn ‘guilty pleasure’.

Jasper met zijn favoriete plant – Foto gemaakt door Carien van Boxtel

Maar goed, terug naar de niet inheemse sneeuwklokjes. Net als veel andere verwilderingsbollen zoals de Boerenkrokus en de Winterakoniet behoren ze tot de stinzenplanten. Deze groeiden al in de tuin van mijn ouderlijk huis. Ik denk dat het Sneeuwklokje een van de eerste bloemen is waar ik een herinnering aan heb. Maar dat kan ook komen door de onderstaande foto waarop ik samen met mijn oudere broer Arjan (rechts) sneeuwklokjes aan het plukken ben. Ik pleit er dikwijls voor dat we juist de kinderen in aanraking moeten brengen met natuur: ‘groene prikkels’ zogezegd, zodat ze daarvan gaan houden en er goed voor gaan zorgen. Jullie weten wat mijn vak geworden is, maar broer Arjan is in de autotechniek terechtgekomen. Het kan verkeren.

Ondertussen heb ik een bescheiden collectie van zo’n 50-60 verschillende sneeuwklokjes verzameld in mijn tuin en durf ik mij gerust een Galanthofiel te noemen. Door de jaren heen ben ik zes keer mee geweest op Sneeuwklokjesreis naar Engeland onder leiding van Sneeuwklokjesschrijfster Hanneke van Dijk. Op deze reizen bezochten we gala’s en bekeken we collecties van soms wel een paar duizend verschillende cultivars. Andere keren bezochten we landgoederen met hele valleien vol Sneeuwklokjes. Allemaal even fascinerend. Sommige Sneeuwklokjes wisselen voor honderden ponden van eigenaar. Zelf geef ik de voorkeur aan de meer betaalbare sneeuwklokjes die het gewoon goed doen en waar je na een paar jaar een mooi polletje van hebt. Daar wordt een mens vrolijk van. Het meenemen van sneeuwklokjes op reis is ook altijd een mooi avontuur. Op de hotelkamer kloppen we de grond van de plantjes en verpakken ze keurig met een klein beetje grond en het label in een plastic zakje. Zo kun je in een ruime lunchtrommel al snel 15-20 nieuwe sneeuwklokjes mee terug naar huis nemen.

Jasper Helmantel – Voorzitter Wilde Weelde – Kweker bij Cruydt-Hoeck

Met een omweg terug in de tuinen

Tekst en foto’s: Pieter Jansma – Studio Habitats

Opgroeiend in een tuinbedrijf in een boerendorp was ik veel buiten te vinden. Ik maakte tuinen met mijn vader en hield ‘expedities’ door bos, weiland en moeras. Mijn wereld bestond uit bomen, planten, zand, steen en water en alle gereedschappen die je daarbij kon gebruiken.

Hoewel ik in een hoveniersbedrijf ben opgegroeid, had ik lange tijd niet echt de behoefte om daar mijn werk van te maken, laat staan het bedrijf over te nemen. De wereld had immers nog zoveel anders te bieden. Desalniettemin was deze achtergrond wel ideaal om in vakanties snel een leuk baantje te hebben, zeker nadat ik ook een opleiding bos- en natuurbeheer had gedaan. Zo kwam ik bij uiteenlopende hoveniersbedrijven terecht en pikte ik overal wat mee. Uiteindelijk ging ik Chinees studeren; ik wilde de wereld vanuit een andere cultuur leren kennen. Die vanzelfsprekende verbinding met landschap en tuinen bleek toen helemaal niet zo normaal. Daar kwam ik achter toen een studiegenoot mij eens belde met de vraag hoe ze een conifeer moest planten. Ik was tamelijk geschokt, maar het zette me ook aan het denken.

Binnen mijn studie hield ik me veel bezig met Chinese filosofie en de relatie tussen mens en natuur. En waar komt dat nou mooier tot uiting dan in de tuin?

Rotspartij in ‘The Surging Waves Pavilion’ in Suzhou, China. De basis van deze tuin stamt uit 1044, maar de tuin is later enkele keren gerestaureerd

Veel Chinese tuinen zijn namelijk representaties van de wilde natuur. Dat verklaart ook de vele rots- en waterpartijen die er in te vinden zijn. De tuinen zijn als het ware verkleinde versies van de echte natuur; althans qua beeld, want de ecologische waarde is vaak wel beperkt. In de meeste Chinese tuinen is ook veel ruimte voor de mensen gereserveerd. Dat zie je terug in de vele gebouwen. Op zich is dat ook logisch, de tuin was het centrum van veel sociale activiteiten; schilderen, thee drinken, theater en spelletjes spelen, het schrijven van poëzie en drinkgelagen. De tuin was een plek waar je de drukte van de stad buiten de tuinmuren liet en waar je je in de bergen kon wanen.

Gathering at the Orchard Pavilion, een schilderij uit 1483 van een evenement uit de vierde eeuw na Christus. Dit is een scene met een drinkspel waarbij kopjes rijstwijn op een blad in de waterloop langsdrijven, als een kopje stopt moet de dichtstbijzijnde persoon die leegdrinken en een gedicht schrijven

Eén vraag hield me tijdens mijn studie steeds bezig: wat waren nou eigenlijk de verschillen en overeenkomsten tussen Chinese en Japanse tuinen? Japanse tuinen zijn namelijk grotendeels beïnvloed door Chinese tuinen, maar hebben zich uiteindelijk heel anders doorontwikkeld. Van de Chinese en Japanse tuinen die ik de afgelopen jaren met mijn (Japanse) vrouw heb bezocht, heb ik veel geleerd qua technieken en ontwerp. Inmiddels heb ik ook steeds meer overzicht in de tuinontwikkelingen in China en Japan, de vraag blijft me fascineren.

Tenryu Ji, Kyoto, Japan. Dit is een tuin van rond 1340, de tuin is gebaseerd op Chinese technieken

Toen ik het bedrijf van mijn ouders overnam had ik een redelijk duidelijk beeld van hoe ik tuinen wilde maken. Het vergroten van de ecologische waarde was de basis, maar qua ontwerp wilde ik ook graag de benaderingen uit China en Japan in de praktijk brengen. Op ons terrein heb ik nu een ontwerpstudio en mijn vrouw een Japanse acupunctuurpraktijk. Langzamerhand creëren we hier een natuurrijke, zelfvoorzienende plek waar wij en onze klanten de tuin kunnen ervaren, met een knipoog naar het oosten.

Pieter Jansma – Studio Habitats

Energetische tuinen

Tekst en foto’s: Yvonne Bruijning

Wat is een energetische tuin
Het is mijn passie om natuurlijke, energetische tuinen te ontwerpen en te realiseren, waarin de gebruikers van deze tuinen zich makkelijker kunnen ontspannen en in balans kunnen komen. Een energetische tuin is een tuin waarin, door de juiste afstemming van wensen en een bewuste materiaalkeuze, een harmonie ontstaat die zo sterk is dat verstorende elementen van buitenaf worden tegengehouden.

Alles is energie
Mensen, dieren, planten en materialen hebben allemaal een eigen energie, een unieke trilling. Elke plant is anders zoals ook ieder mens anders is. Aangezien alles energie is, kan alles onze innerlijke harmonie versterken of verstoren.

Op sommige plekken zijn we op ons gemak, die geven ons energie. Op andere plekken hebben we juist een onrustig, gejaagd of gespannen gevoel, die plekken kosten ons energie. Het is vaak niet duidelijk waardoor dat komt, maar de omgeving is daar niet in balans.

Storende elementen
Omgevingsgeluid van snelwegen en buren kunnen als storend ervaren worden. Maar ook aardstralen (dit zijn elektromagnetische golven in de bodem) en wateraders (dit zijn ondergrondse waterstromen) kunnen als belastend ervaren worden. Als deze samenkomen kan de storing groot zijn. Daarom plaats je rust- en zitplaatsen niet op zulke lijnen.

Er zijn ook mensen die in meer of mindere mate last hebben van elektrosmog (dit zijn elektrische en/of magnetische spanningsvelden) en slapen hierdoor slecht of onderbroken. Vaak kunnen met eenvoudige middelen al veel problemen voorkomen worden, bijvoorbeeld door het verplaatsen van een zitplek of het gebruik van afschermende materialen en planten.

Een tuin die goed voelt
Een energetische tuin is een tuin met een goede energiebalans waardoor je jezelf echt goed voelt. Alle aanwezige energiestromen zijn dan volledig in balans, zowel de storende als de natuurlijke.

Om dit te bereiken wordt er gewerkt met allerlei technieken en materialen die positief op elkaar inwerken. Mens, dier en plant worden met elkaar in evenwicht gebracht volgens oeroude principes als de Gulden Snede, Yin en Yang en de kracht van vormen. De juiste vormen, materialen, kleuren en planten worden op de juiste plaats in de tuin toegepast.

Daarmee worden negatieve invloeden als elektrosmog teruggedrongen en wordt harmonie gecreëerd. Dat is de kern van een energetische tuin, die zorgt voor balans tussen alle aanwezige energieën. Je ervaart rust in de tuin en kan er weer helemaal opladen.

Thuis is dan de plek om nieuwe, positieve energie op te doen. Niet alleen binnen, maar ook buiten. In je eigen groene omgeving: je tuin of je balkon. En dat is precies wat klanten mij teruggeven, dat ze zich nu prettig en ontspannen voelen in hun tuin, en sommigen ervaren ook dat die lichter aanvoelt.

FeelGood Garden
FeelGood Gardens zijn energetische tuinen. Tuinen die Verbinden heeft een licentie om FeelGood Gardens te ontwerpen. Dit concept pas ik ook toe op interieurs en gebouwen. In samenwerking met Bouwkundig Bureau Cladder hebben we drie energetische woningen ontworpen. Inmiddels is een van deze huizen gerealiseerd.

Yvonne Bruijning – Tuinen die Verbinden

Voeding voor de bodem

Tekst en foto’s: Peter Zwager

Bemesten is alleen nodig als er een gebrek optreedt. In de natuur circuleren voedingsstoffen doordat afgestorven plantendelen in de grond worden opgenomen en beschikbaar komen aan de planten. Dit is een gesloten voedselsysteem. Tekorten treden niet zomaar op. Je ontneemt voedingstoffen aan de bodem als je gaat snoeien, oogsten en blad verwijdert. Voedselgebreken kun je verhelpen door te bemesten.

De belangrijkste voedingselementen zijn Stikstof (N), Fosfor (P), Kalium (K), Magnesium (Mg), Zwavel (S) en Calcium (Ca). Daarnaast zijn er nog sporenelementen die in zeer kleine hoeveelheden voorkomen, zoals ijzer, mangaan, koper en zink.  Elk van deze elementen heeft zijn eigen functie. Stikstof zorgt bijvoorbeeld voor groei en kalk geeft de plant zijn stevigheid. Kalk wordt als voedingsstof vaak vergeten, terwijl het een belangrijk element is. Ook zuurminnende planten hebben kalk nodig kalk kan de  zuurgraad verhogen, dus de bodem minder zuur maken, maar dan moet je wel veel en vaak kalk strooien.

Goed bemesten is een kwestie van het toepassen van de juiste verhoudingen. Er moet balans zijn in de bodem. Geef je teveel stikstof om de planten hard te laten groeien, dan verliezen ze de kwaliteiten van de overige voedingsstoffen. Ze blijven dan slap en kwetsbaar.

In de afgelopen 60 jaar is de chemische kant van voeding en bemesting gaan overheersen. Als de juiste stofjes maar toegediend worden, dan gaat de plant optimaal groeien, was de gedachte. De werking van de bodem is hierbij steeds meer op de achtergrond geraakt. Dat is jammer want een goed werkende bodem slaat voedingsstoffen op en maakt ze geleidelijk beschikbaar voor de plant. Planten groeien daardoor rustig en in evenwicht met wat de bodem te bieden heeft. Daardoor krijg je sterke planten die bestand zijn tegen ziekten en plagen.

Het bodemleven is onmisbaar bij het beschikbaar maken van voedingsstoffen voor de plant. Er is een grote biodiversiteit aan leven in de grond. Wormen, kevers, slakken, aaltjes, schimmels en bacteriën. Al deze organismen hebben elkaar nodig en voeden elkaar. In een evenwichtige, vitale bodem komen geen ziekten en plagen voor. Wortels en bodemleven hebben lucht nodig. Als er geen zuurstof is, dan is er geen bodemleven. Door het gewoel van al die organismen in de bodem en het verteren van organisch materiaal, ontstaat er vanzelf een luchtige, voedzame grond.

Door de bodem als belangrijk element steeds meer te negeren, is de kwaliteit van de bodem achteruit gegaan. Kunstmest, chemicaliën en zware betreding hebben er voor gezorgd dat er steeds minder bodemleven en steeds minder lucht en voeding in de bodem aanwezig is. Het kan vele jaren duren voordat zo’n bodem weer hersteld is.

Dat zie je bijvoorbeeld bij nieuwbouwprojecten. Tijdens de bouw wordt de grond aangereden door machines. Deze wordt vervolgens niet losgemaakt, maar afgedekt met een laagje teelaarde. Water blijft op de vaste onderlaag staan. De planten kunnen met hun wortels niet door de harde onderlaag heen komen, met allerlei ziekteverschijnselen tot gevolg.

Om die bodem te verbeteren moet je hem eenmalig goed doorspitten en afstrooien met een laag compost. Strooi biobodem (schimmels en bacteriën in korrelvorm), wormen en, afhankelijk van de grondsoort, een bodemverbeteraar. Werk die licht door de bovenlaag, dat wil zeggen, niet dieper dan 15 of 20 cm. Er zijn verschillende bodemverbeteraars beschikbaar: voor de kleigrond is er gesteentemeel, basaltmeel of lavameel, voor zandgrond gebruik je bentoniet.

Elke bodem is weer vruchtbaar en vitaal te krijgen, hoe slecht deze er ook aan toe is. Blijf de bodem vervolgens voeden met organisch materiaal, laat blad en tuinafval zoveel mogelijk liggen of gebruik compost.  Zet het bodemleven weer aan het werk.

Peter Zwager – Peter Zwager hovenier

De favoriete plant van Jeroen Aaldering

Tekst: Jeroen Aaldering

Mijn favoriete plant is de dropplant – Agastache ‘Blue Fortune’. Waarom ik voor de dropplant kies? De dropplant ruikt heerlijk zoet, anijsachtig en een vleugje drop. Wist je dat de plant zelfs eetbaar is? Daarnaast trekt de dropplant bijen en vlinders aan.

Ik ben opgegroeid op onze kwekerij in het buitengebied van Zelhem. Toen ik klein was en mijn moeder zocht op de kwekerij, liep ik vaak even langs de dropplant. Nu, jaren later werk ik er zelf, al weer drie jaar inmiddels, en geniet ik nog steeds van de heerlijke geur van de dropplant.
Natuurlijk is de dropplant niet de enige plant die heerlijk geurt.  Er zijn nog vele andere soorten zoals de citroenverbena (Lippia citriodora) of de bergamotplant (Monarda ‘Bee Happy’).

Op onze kwekerij worden zo’n 700 tot 800 verschillende vaste planten gekweekt. De planten worden allemaal van eigen kweekgoed opgekweekt.

Onze specialiteit is de elfenbloem – Epimedium. Elfenbloem is een zeer onderhoudsvriendelijke en daardoor duurzame vaste plant voor een standplaats in de (half-)schaduw.

Vroeger had ik weinig of geen oog voor alles wat er op de kwekerij plaats vond. Als je mij vroeg wat ik later zou willen worden? Dan was het snelle antwoord politieagent of gymleraar. Ik had nooit bedacht om plantenkweker te worden. Ik was altijd aan het sporten. Eerst voetballen en later kwam ik in aanraking met Survivalrun. Toen ik mijn opleiding Sport, Gezondheid en Management had afgerond wist ik niet of ik het werk binnen de sport nog wel zag zitten.

Ik besloot om mijn ouders op de kwekerij te gaan helpen, een gouden zet! Mijn idee was een half jaar te gaan helpen, echter naar mate ik meer betrokken werd binnen het bedrijf begon ik het steeds leuker te vinden. Ik krijg de ruimte om mee te denken en ontdek elke dag nieuwe dingen. Een ontzettend mooi leerproces!

Mijn moeder is de kwekerij is in 1988 gestart, altijd op biologische wijze, het is toch oneerlijk om de natuur kwaad te doen?! Onze kwekerij is ruim 15 jaar SKAL gecertificeerd. Meer dan 20 jaar wordt er op de kwekerij een plek geboden voor dagbesteding. Wij proberen deelnemers een zinvolle dagbesteding te bieden door deelnemers bij de dagelijkse werkzaamheden te betrekken. Denk bijvoorbeeld aan het stekken, scheuren en zaaien van planten. Daarnaast helpen deelnemers bij het onderhoud op de kwekerij.

Wij verkopen onze planten aan de (reguliere) groothandel en op vrijdag en zaterdag aan particulieren. Onze planten zijn te koop op de biologische markt in Amsterdam en via de biologische webshop Sprinklr. Uiteindelijk willen wij zelf ook een webwinkel ontwikkelen. Al gaat er niets boven de beleving van een bezoek aan onze kwekerij. Je kunt namelijk naast onze verkoophoek ook onze volwassen planten op de moederbedden komen bekijken. 

Jeroen Aaldering www.aaldering-destek.nl

In stappen van betonplaat naar groene speeloase

Tekst: Ron van de Straat van Tuynplan

Toen ik afgelopen voorjaar bij dit schoolplein betrokken raakte afgelopen waren er al de nodige stappen naar vergroening en meer speelplezier voor de kinderen gezet. In de haast om de subsidietermijn te halen was echter onvoldoende aandacht geschonken aan een grondige analyse van het plein.

In de praktijk bleek de groene speelheuvel een daverend succes. Helaas was binnen de kortste keren de heuvel letterlijk kapot gespeeld omdat het de énige vergroende speelplek was. In een hoek van het plein was weliswaar een gemengde border gerealiseerd, maar daar konden de kinderen niets mee. Er ligt een trapveldje naast en een houten hek moet voorkomen dat kinderen in de border verder voetballen. Feitelijk is hier speelruimte ingepikt van de kinderen. Dat werkt dus niet.

Bij de kleuters is een veel te kleine ronde zandbak met een te klein schaduwdoek gerealiseerd; geen prettige ruimte om te spelen. Verder ontbeert het plein samenhang,  richting en een aantal beschutte zitplekken.

Daar mocht ik mee aan de slag waarbij ik de volgende 4 uitgangspunten heb geformuleerd:

  • Zo veel mogelijk hergebruik van middelen en materialen
  • Aanleg, gebruik en onderhoud samen met ouders, leerkrachten en leerlingen
  • Aanpassingen moeten de speelwaarde verhogen, de onderwijsmogelijkheden verruimen en het besef van en respect voor de natuur waar wij deel van uitmaken, vergroten.
  • Het plein moet in zijn geheel benut kunnen worden

De aanpassingen die ik in het ontwerp heb voorgesteld zijn inmiddels door directie, leerkrachten en ouders omarmd en gaan hopelijk vanaf dit najaar gerealiseerd worden.
Wat er dan aangepast is?

Bij de kleuters is de zandbak uitgebreid door simpelweg een 40tal tegels te wippen. Met die tegels worden een speeltafel en 2 zitbanken gemaakt. De zandbak wordt afgeschermd met een halfronde wilgen vlechthaag. Hierdoor ontstaat er als vanzelf een beschutte speelplek die ook nog eens extra schaduw geeft. Het hek geeft richting aan het plein. Kinderen zullen er als vanzelf omheen gaan fietsen.

De border aan de andere kant van het plein wordt opengegooid. Het huidige houten hekwerk wordt deels vervangen door een eveneens halfronde vlechthaag die het midden van de border afschermt. De zijkanten komen vrij en doen dienst als toegang tot de border. Er wordt een pad van natuurlijk materiaal dwars door de border aangelegd. De entrees bestaan uit doorgangen van wilgentenen. In de border zelf worden een bijenhotel en wat bessenstruiken gezet. Een stukje ‘bloemenweide’ en een klein moestuintje maken het plaatje compleet. Door deze ingrepen ontstaat een avontuurlijke, toegankelijke en onderwijs-ondersteunende omgeving.

Al deze aanpassingen gaan ook de druk die er nu op de speelheuvel ligt verminderen. Komt die ook beter tot zijn recht!

Met groene speelgroet
Ron van de Straat (Tuynplan)

Keuze van de ontwerper: een bloemrijke voortuin

Tekst door Moniek de Bakker van Tuin van de buren

Onze kennismaking begint goed: er moet nog een telefoontje afgehandeld worden maar ik kan wel alvast in de achtertuin plaatsnemen. Het is midden in corona-tijd dus als het weer het maar even toelaat zitten we buiten. Ik sta in de deuropening van de woonkamer, werp een blik op de tuin, mompel afkeurend ‘kunstgras’ en als kers op de taart volgt ook nog een schamper lachje. Ondertussen vraag ik me af hoe deze achtertuin valt te rijmen met de wens van de opdrachtgevers: een insectenvriendelijke en bloemrijke voortuin. Het schampere lachje is opgemerkt, we kijken elkaar even ongemakkelijk aan en dan volgt er een smakelijke lach. En uitleg waarom dat gras er ligt. Een leuke samenwerking is van start.

Een korte situatieschets vooraf: een redelijke grote voortuin met bijna geen beplanting. Er staan wat zielige hortensia’s en verder alleen maar zand. De tuin wordt gebruikt als een groot olifantspad, iedereen neemt de kortste weg en loopt er dwars doorheen. De tuin loopt af naar de straat waar, op de rand van de stoep, een enorme beuk staat. Zijn boomwortels reiken tot ver in de tuin.


De wensen
Een leuke uitdaging want de opdrachtgevers willen een vrolijke, weelderige insectenvriendelijke bloemrijke voortuin. En dat terwijl de beuk al het water opslurpt en de voortuin deels in de schaduw ligt. Het regenwater mag afgekoppeld worden en zoveel mogelijk de tuin in gebracht.
Er komen regelmatig vriendjes en vriendinnetjes spelen die met de fiets komen. Dat levert een heel wagenpark aan fietsen op. Die worden nu vlak voor het huis of gewoon in de voortuin ‘geparkeerd’ maar dat moet straks anders.

Het ontwerp

Deze bloemrijke voortuin, een paradijs voor insecten, heb ik samen met Anthonet van Bergenhenegouwen van Bloemen in de tuin ontworpen. We werken regelmatig samen want 1+1=3. Ik vind het fijn om met collega’s samen te werken, projecten te ontwikkelen en activiteiten te ondernemen.

Om te voorkomen dat de beplanting (te) veel last gaat krijgen van het wateropslurpend vermogen van de beuk, hebben we twee verhoogde borderbakken van tufsteen bedacht. Tufsteen is een poreuze steensoort. Dankzij gaatjes in het steen neemt het makkelijk water op waardoor plantjes de kans krijgen zich te vestigen in de muur. Een ander belangrijk voordeel van de verhoogde borderbakken is dat we goede grond kunnen gebruiken waardoor de plantkeuze groter wordt. Anthonet heeft een bloemrijk, insectenvriendelijk beplantingsplan gemaakt met inheemse planten in de hoofdrol.

Hemelwater afkoppelen
Tussen de twee borderbakken loopt een kiezelpad dat tevens dienst doet als wadi. Het regenwater verdwijnt daardoor niet in het riool maar rechtstreeks in de grond. De regenpijp bij het huis komt uit in een cortenstalen plantenbak met moerasplanten. In het Engels heet zo’n bak een Flow-through planter box. Moeten we nog eens een mooie Nederlandse term voor bedenken. Via de cortenstalen waterbak loopt het regenwater, via een drainageslang ondergronds naar de wadi.

Het fietsenprobleem bij huis hebben we opgelost met een parkeerplaats aan de straatkant. En wat is er nou leuker dan je fiets parkeren in een boomstam!

Moniek de Bakker van Tuin van de buren

Media NatuurPark

Tekst : Karen van Schothorst, tuinontwerper (Echinops Tuinontwerp & Advies)

Foto’s: Martin Stevens van Wolverlei

Het Media Park is de werkplek van maar liefst 8.000 mensen verdeeld over meer dan 125 mediabedrijven en organisaties. Op het eerste gezicht lijkt het terrein een bedrijfspark zoals vele andere. Echter, wanneer je het wandelpad neemt richting de bijenkasten van imker Ben Bus, waan je je zowaar in een natuurgebied. De aanwezigheid van deze door mediabedrijven gesponsorde bijenkasten heeft een discussie over de biodiversiteit van het terrein op gang gebracht.

Op verzoek van Ben Bus inventariseerde Wilde Weelde-lid Martin Stevens vorig jaar de al aanwezige natuurwaarden. Hij vond in de bermen en grasvelden een voor de omgeving vrij oorspronkelijke begroeiing met soorten zoals biggenkruid, robertskruid, gewone brunel en dagkoekoeksbloem. Langs de vijver zag hij moerasspirea en brede wespenorchis. Vanwege het strikte maairegime kwamen deze soorten echter zelden tot bloei. Zijn onderzoek gaf voldoende aanknopingspunten om met een ander beheer de biodiversiteit op het terrein te vergroten. Stichting Media NatuurPark werd opgericht en mij werd gevraagd een ecologisch groenplan te schrijven. Op 14 september vond de feestelijke heropening plaats en kreeg de Stichting Media NatuurPark uit handen van hoogleraar ecologie, Louise Vet, een grote bijdrage namens Deltaplan Biodiversiteitsherstel uitgereikt.

Als ontwerper was ik vooral geïnteresseerd in de oorspronkelijke aanleg van het terrein. Het plan voor een gezamenlijk omroepkwartier, waarvan in 1961 de eerste paal in de grond werd geslagen, is ontstaan vanwege ruimtegebrek bij de verschillende omroepverenigingen. Architect Jan van der Zee vroeg landschapsarchitect Jan Boon om een totaalvisie voor de landschapsinrichting. Jan Boon heeft met zijn ontwerp voor de landschapsinrichting cultuur en natuur herkenbaar gemaakt en tegenover elkaar gezet. De betonnen gebouwen van het tegenwoordige Media Park zijn door Boon met een scherpe snede in een natuurlijk landschap geplaatst waar slingerende paden je door verschillende inheemse vegetatietypen leiden. Met het juiste ecologische beheer voor die vegetatie-eenheden zou het aangebrachte sortiment van nature aangevuld worden.

Na de jaren tachtig privatiseerde de televisiesector. Nieuwe mediabedrijven in nieuwe gebouwen kregen een plek op het terrein waardoor er grote stukken uit het ontwerp van Boon zijn geslagen. Sindsdien wordt er slechts minimaal beheer uitgevoerd. Naast het feit dat de ruimtelijke kwaliteit van het groen is verslechterd, is er veel biodiversiteit verloren gegaan.

Dankzij de bijdragen van diverse sponsoren en de onderschrijving door vele organisaties van het belang van de beheerdoelen uit het ecologisch groenplan, heeft Stichting Media NatuurPark de komende jaren voldoende slagkracht om cultuurhistorische patronen en elementen uit het ontwerp van Jan Boon te herstellen. Samen met de groenbeheerders is inmiddels ecologisch groenbeheer opgestart dat is gericht op bevordering en behoud van de biodiversiteit. Daarbij dient het park toegankelijk en aantrekkelijk te zijn voor inwoners van Hilversum, werknemers, kinderen en bezoekers. Op diverse plekken is al een extensief maaibeheer ingezet en tijdens de landelijke Natuurwerkdagen op 4 en 5 november aanstaande wordt met vrijwilligers een deel van de klimop verwijderd. Op open plekken worden stinzenbollen gepoot. Als eerbetoon aan het ontwerp van Jan Boon heeft de stichting samen met terreinbeheerder Media Park Enterprise het opgeknapte wandelpad vernoemd tot het Jan Boon Wandelpad. Ondanks zijn hoge leeftijd volgt Jan met instemming en plezier de activiteiten van Stichting Media NatuurPark op de voet.

Karen van Schothorst, tuinontwerper (Echinops Tuinontwerp & Advies) en als adviseur betrokken bij Stichting Media NatuurPark.

Voor meer informatie:

Meer leefbaarheid en biodiversiteit?
Samen voor meer biodiversiteit

De favoriete plant van .. Niviarsiaq

Tekst en foto’s: Eef WIllems (Arnica kwekerij)

Had je me een paar jaar geleden gevraagd wat mijn favoriete plant was, dan was dat makkelijk: het wilgenroosje. Het helpt daarbij enorm als je maar een paar planten kent en het breedbladig wilgenroosje (Chamaenerion latifolium) is een opvallende verschijning. In die tijd bestond mijn leven uit varen op Groenland waarbij we vaak lange wandelingen maakten. In een landschap dat van afstand kaal en onherbergzaam lijkt, zak je van verwondering op je knieën als je ineens zo’n kleurig, teer en kwetsbaar bloemetje ontdekt. Als het dan ook nog de nationale bloem van Groenland blijkt te zijn en door de Groenlanders liefkozend Niviarsiaq (lief klein meisje) genoemd wordt, dan wordt het vanzelfsprekend je favoriete plant.

Sindsdien is er veel veranderd in mijn leven. In november 2019 hebben we de Arnica kwekerij in Dwingeloo overgenomen. Het schip ligt te koop, het anker is uitgegooid in Drenthe. Na bijna 35 jaar een varend bestaan te hebben geleid, leer ik nu langzaam de bodem en de planten kennen. Toen ik op een dag, tijdens het wieden, aan Daniël (onze medewerker) vroeg wat voor plant ik uit de grond wilde trekken, antwoordde hij: een wilgenroosje. Ho, stop… die mocht niet weg, dat was mijn favoriete plant! Zorgvuldig vonden we een nieuwe plek voor haar maar het is nooit geworden wat ik verwachtte: er komen bij dit veel te grote en toch schriele Nederlandse wilgenroosje geen dierbare Groenlandse herinneringen boven. Hoog tijd voor een nieuwe favoriete plant!

En dan wordt het lastig.
We kweken naast valkruid (Arnica montana) een honderdtal inheemse wilde planten. De geneeskrachtige soorten hebben een streepje voor bij me, puur uit interesse. Maar ook de planten van de rode lijst zijn natuurlijk speciaal. De enige die beide boxen tikt is Arnica, maar dat vind ik een beetje flauw, te voor de hand liggend.
Ik denk nog even verder. Het lukt me nog niet om al onze planten in elk stadium te herkennen, maar gelukkig is Daniël er. Geduldig wacht hij tot ik het zelf weet, en als ik de eerste keer fout gok wacht hij rustig nog wat langer. Ik zie de planten nu voor de 2e keer in bloei en begin langzaam favorieten te onderscheiden.
Eerst schiet knoopkruid en grote pimpernel me te binnen, maar Jacobsladder en de paarse morgenster zijn ook prachtig. Van de bodembedekkers word ik zo blij van een veldje bloeiend grootbloemig muur, wilde tijm of penningkruid, dus kiezen… Hoe doe je dat??

Ik herinner me dat we Daniël vroegen naar zijn favoriete plant. Je zag hem in gedachte door de lijst lopen en als ras-tuinman gaf hij waarschijnlijk het enige kloppende antwoord: ik vind ze allemaal even mooi.
Zo groot is mijn hart niet… maar ik hak de knoop door. Deze week is mijn favoriete plant kruisbladige wolfsmelk (Euphorbia lathyrus). We hebben een paar planten zo groot als struiken! Er zijn blijkbaar zaadjes bij de compostbult gevallen en daar hebben ze het duidelijk naar hun zin! Niet medicinaal (zelfs giftig), niet op de rode lijst en niet in het ruige bergachtige landschap van Groenland, en toch prachtig.
Volgende week weer een andere, misschien wel bilzekruid. Nee, toch het grasklokje…

De Tuin van Sjef

Tekst en foto’s: Machteld Klees (Bureau Zonneklaar)

In een villawijk in Velp ligt verscholen tussen huizen, de Tuin van Sjef. Hier, op 900m2, heeft beeldend kunstenaar en begenadigd natuurkenner Sjef van der Molen een paradijsje gecreëerd. Met zijn gevoel voor vorm en esthetiek en zijn kennis van wilde planten en dieren legde hij een bijzondere, natuurrijke tuin aan.

De ligging in een gunstige omgeving, naast de Rozendaalse beek en aan de Veluwezoom, zijn factoren die de tuin extra soortenrijk maken. Beeldbepalend is allereerst de toegangspoort, een knipoog naar de schelpengrot van het nabijgelegen Kasteel Rozendaal. Op een hoge stapelmuur groeien jeneverbessen met aan de zonzijde tal van kalkplanten. Hier schiep hij de sfeer van een Zuid-Franse kalkhelling. Op de schaduwrijke plekken groeien tal van varensoorten, zelfs blaasvaren heeft het naar haar zin. Hart van de tuin wordt gevormd door een grote vijver, gevoed met water uit de beek. Via hoogteverschillen en een reeks kleine vijvertjes met beekloopjes kan water de vijver in stromen. Langs smalle paadjes kom je, achter het huis, in een koel schaduwrijk deel terecht. Zo biedt de tuin heel verschillende plekken en daarmee geschikte biotopen voor allerlei dieren. Of het nu een weidebeekjuffer boven de vijver is of staartmeesjes in de jeneverbes, zeldzame slakjes of een gewone pad in de stapelmuur, altijd valt er iets te zien.

In de zomer van 2014 overleed Sjef. Zijn vrouw Truus en zijn vele vrienden waren bezorgd over wat er met de tuin zou gaan gebeuren want huis en tuin waren eigendom van de gemeente Rheden, die de verhuur van een dergelijk pand niet langer een kerntaak vond. De oplossing bleek een crowdfundingsactie om de Stichting de Tuin van Sjef in staat te stellen om huis en tuin te kopen. Dankzij de enorme inzet van Truus en het grote netwerk van Sjef lukte het, na een spannende tijd, om het benodigde bedrag bijeen te krijgen.

De tuin wordt nu beheerd door de Stichting de Tuin van Sjef en een kleine, enthousiaste groep vrijwilligers, bijgestaan door diverse specialisten. Een tuin kun je niet in een doosje stoppen, daarom is naast goed beheer ook ruimte voor nieuwe ontwikkelingen nodig. Om bezoekers rond te leiden, belangrijk voor draagvlak en inkomsten, was het nodig om de paden wat toegankelijker te maken. Achter het huis waren enkele bomen zo groot en instabiel geworden, dat er gezaagd moest worden. De schuur wordt verbouwd om meer activiteiten mogelijk te maken. De reeks vijvertjes die in verbinding staan met de grote vijver zijn schoongemaakt en de doorstroming is hersteld. Ook aan grote vijver is onderhoud uitgevoerd. Stap voor stap wordt er steeds iets aangepakt, de kunst is om daarbij de ‘ziel’ van de tuin te koesteren. Tot nu toe lukt dat heel goed.

Nieuwsgierig? Rondleidingen zijn mogelijk, maar momenteel alleen op afspraak. In de bezoekersruimte, de voormalige woonkamer van Sjef, is een tentoonstelling te zien van zijn werk, waaronder kindertekeningen. Het laat zien hoe deze begaafde kunstenaar, vanaf zijn vroegste jeugd gefascineerd door beestjes, zich ontwikkelde.
Meer informatie vind je op www.detuinvansjef.nl. Daar staat ook een leuke, interactieve film over de tuin en hoe je donateur kunt worden.