Varens

Varens gebruik ik graag in bosachtige beplantingen. Het zijn natuurlijke planten die je al snel met bos, schaduw en vocht associeert. Toch zijn er heel wat varensoorten die ook zon en droogte verdragen.
Varens zijn heel oude planten lees ik op de website van de Nederlandse Varenvereniging. Ze komen voor in meer dan vierhonderd miljoen jaar oude fossielen. Ook soorten die we nu nog kunnen zien groeien.

 

Sporenplanten

Varens zijn sporenplanten: ze vormen geen zaden maar sporen. Sporen zijn zeer klein en kunnen via de lucht of via water verspreid worden. Uit sporen groeit eerst een voorkiem (protallium), de gametofyt, waarop zich een mannelijk en vrouwelijk voortplantingsorgaan bevinden. Onder gunstige omstandigheden kunnen zaadcellen van het mannelijk naar het vrouwelijk orgaan zwemmen om daar een eicel te bevruchten. Uit de bevruchte eicel ontwikkelt zich een nieuwe plant, de sporofyt.


Bij de meeste varens worden de sporen aan de onderzijde van de bladeren gevormd, terwijl andere soorten aparte bladeren met sporen maken. Door de vorm van de sporenhoopjes, de bladvormen en de schubben aan de bladsteeltjes kun je de verschillende soorten varens uit elkaar houden.

Varens vormen dus geen bloemen en zaden. Voor bestuivende insecten als bijen en vlinders is weinig te halen bij varens. Wel vormen varens in onderbegroeiingen van parken en bossen een mooie schuilgelegenheid voor vogels en andere gewervelde dieren.

 

Eetbaar?

Matteuccia struthiopteris. Foto: Margo van Beem

Matteuccia struthiopteris. Foto: Margo van Beem

Volgens wetenschappers waren varens ooit hét hoofdvoedsel voor herbivore dinosaurussen. Tegenwoordig wordt de varen nog maar weinig gegeten door gewervelde dieren. Varens bevatten namelijk giftige stoffen die ze moeilijk verteerbaar maken en onaantrekkelijk om te eten. In de uitwerpselen van Europese de bosmuizen zijn wel varensporen gevonden. Dit wijst erop dat ze er wel van eten als de varens sporen dragen. Varensporen zijn namelijk rijk aan vetten en eiwitten, waardoor ze een vitale voedingsbron van energie in wintertijd zijn.


Sommige varens worden ook wel gegeten door mensen, hoewel het de vraag is of dat wel zo gezond is. De adelaarsvaren (Pteridium aquilinum) bijvoorbeeld is behoorlijk giftig. Desondanks worden speciaal behandelde en ingelegde, jonge spruiten in Korea en Japan als groente bij rijst gegeten. De struisvaren (Matteuccia struthiopteris) schijnt heerlijk te smaken. In het voorjaar kun je de jonge krullen afsnijden en blancheren. In het noordoosten van Noord-Amerika heeft deze varen ongeveer dezelfde status als bij ons de asperge. In Japan worden de bladeren ook gegeten, waar ze bekend staan als ‘kogomi’.

 

Varens in je tuin

Bovengenoemde varens zijn niet de meest ideale planten voor de tuin. Het zijn namelijk ook varens die behoorlijke worteluitlopers vormen en na een aantal jaar overal in je tuin verschijnen. De struisvaren is nog wel redelijk te verwijderen, maar de invasieve adelaarsvaren is echt een lastig onkruid als ie niet gewenst is. In bosrijke gebieden, op arme gronden vormen ze vaak wel een prachtig beeld.

Varens die zich ‘netjes’ gedragen in de tuin zijn vaak de types die als een soort beker groeien. De zachte naaldvaren (Polystichum setiferum) is wel een favoriet van mij. Op de meest lastige droge plaatsen kan deze varen groeien. Als schaduw- en halfschaduwplant pas ik ze regelmatig toe als wintergroen element tussen andere vaste planten en bolgewassen. Omdat ze bijna net zo droog kunnen staan als stinzenplanten zoals Italiaanse Aronskelk (Arum italicum), sneeuwklokjes (Galanthus nivalis) en daslook (Allium ursinum) combineer ik ze daar wel mee onder de bomen. Maar onder betere omstandigheden laten ze zich ook goed combineren met Salomonszegel (Polygonatum) en schout-bij-nacht (Rodgersia).

De inheemse mannetjesvarens (Dryopteris filix-mas) en wijfjesvarens (Athyrium filix-femina) pas ik net zo lief toe. Ze zijn eigenlijk net als de meeste varens prachtig als ze uit de grond komen en ze verkleuren mooi aan het eind van het seizoen tegen de winter. De mannetjesvaren blijft groen totdat het gaat vriezen. De wijfjesvaren verkleurt mooi naar honinggeel als ze in de zon staat. Beide varens verdragen meer zon als ze niet te droog staan.

Bij de uit Oost-Azië afkomstige herfstloofvaren (Dryopteris erythrosora) hebben juist de jonge bladeren een bijzondere kleur. Deze oranje bladeren vormen een mooi contrast met de oudere bladeren aan de plant. De herfstloofvaren heeft wel graag een redelijk voedselrijke grond.

 

De bolletjesvaren (Onoclea sensibilis) loopt ook met oranjeachtige stengels uit. Opvallend aan deze varen is dat sporen in zgn. sori ofwel sporenhoopjes op aparte bladeren gevormd worden. De plant sterft in de winter volledig af maar de bolletjes op steeltjes blijven staan. Het is een varen die graag op vochtige en zelfs moerasachtige grond groeit. Net als onze inheemse moerasvaren (Thelypteris palustris) maakt deze varen rhizomen die heel oppervlakkig groeien. Deze varens kun je goed toepassen in de moerasrand van de vijver.

Als echt mooie grote solitaire plant aan de vijver mag een koningsvaren (Osmunda regalis) natuurlijk niet ontbreken. Een plant die ook meer dan een eeuw oud kan worden en dan een enorme horst, een verhoging, kan vormen met prachtig loof en in de herfst een mooie kleur. Pas als er sneeuw of veel wind komt, stort de plant in. In het voorjaar zijn er natuurlijk de prachtige uitrollende krullen. In de tuin van Landgoed Beervelde zag ik zelfs de purperen bladeren die zich uitrolden.
Daar zag ik ook het kruipende dubbelloof (Blechnum penna marina). Inmiddels heb ik deze ook al regelmatig in tuinen toegepast. Hij vormt een mooi dicht matje, kan zonnig staan en zelfs aardig wat droogte verdragen.

De steenbreekvaren (Asplenium trichomanes) wordt wel gekweekt en met een beetje goede verzorging krijg je hem goed aan de gang in een stapelmuurtje op de noordkant. Ze kunnen heel slecht tegen droogte.

Eikvarens doen het goed in de gewone tuingrond, maar eigenlijk is deze plant een epifyt. In Nederland vinden we deze wintergroene varen regelmatig in knotwilgen. In Frankrijk zag ik de eikvaren op mooie bemoste boomtakken van een eik. Ik heb er toen een paar meegenomen van een tak die naar beneden was gevallen. In mijn tuin heb ik de rhizomen op een vochtige schaduwrijke plaats gelegd om in contact met de minerale grond te komen en waarachtig, hij is aan de groei. Het grappige vind ik dan de groeiplaats van de eikvaren in de duinen: in de binnenduinrand op de meest droge standplaats die je maar kunt bedenken in Nederland. Een echte epifyt dus, profiterend van het vocht wat af en toe uit de lucht komt vallen en de organische stof die de plant zelf verzamelt tussen het blad.

Als laatste varen van dit artikel moet ik natuurlijk de tongvaren (Asplenium scolopendrium) noemen. Deze varen heeft riemvormige bladeren, terwijl de meeste varens juist te herkennen zijn aan ingesneden of (drie)dubbel ingesneden blad. De sporenhoopjes (sori) vind je in dikke lijntjes aan de onderzijde van het blad. Jaren geleden zag ik de tongvaren onderaan de krijtrotsen in Engeland groeien. Ik vond het toen opvallend dat ze juist op een kalkrijke plaats groeien, omdat varens meestal op zuurdere gronden groeien. In Nederland vind je de varen dikwijls in de ondergroei van duindoornstruweel. Daar is de kalk nog niet uit het zand gespoeld. In het algemeen kan gesteld worden dat de tongvaren van vochtige, kalkhoudende, stenige grond houdt, onder een fiks bosdek. Tongvarens verspreiden zich gemakkelijk in de tuin op vochtige plaatsen en poreuze tuinmuurtjes. Als wintergroene varen is het een mooie blikvanger in de winter. Eigenlijk een hele gemakkelijke tuinplant, want ze neemt ook genoegen met een bodem waar weinig of geen kalk aanwezig is.

Margo van Beem
Vis à Vis Ontwerpers

 
doorzoek de site
 

- Tip 17 -

Klimplanten maken zelfs van de kleinste binnenplaats een groen oase zonder dat je veel ruimte verliest. In de straat zorgen klimplanten ook voor een prettigere woonomgeving.

 

Zoekt u een bedrijf?

Met behulp van onze interactieve zoekfunctie kunt u Wilde Weelde bedrijven vinden.

Volg Wilde Weelde ook op Facebook en Twitter